|
Inrijden
van banden
Het
wordt ernstig aangeraden nieuwe banden de
eerste 200 tot 300 kilometer rustig in te
rijden, dit om het loopvlak te laten
wennen. Daarna kan de volledige capaciteit
van de band uitgebreid worden.
Bandendimensies
De
technische presentatie van een motorband
is wettelijk vastgelegd. Voor motorbanden
geldt een Europese norm, ECE-R 30 genoemd.
Deze normering geldt in het bijzonder voor
de opschriften op de zijkant van de band.
De norm zorgt ervoor dat de belangrijkste
gegevens op de band te vinden zijn. De
informatie geeft de eigenaar uitsluitsel
over alles wat hij of zij over de band wil
weten. Dus niet alleen de naam van de
fabrikant en het type van de
band.
Bandenmaat
aanduiding
Oude
bandenmaat aanduiding, bijvoorbeeld 3.25 H
19, zijn alleen toegestaan voor banden die
voor 1.1.1993 gemaakt werden. Vanaf de
productiedatum 1.1.1993 moet ook de Load-
Speed-index zijn opgenomen in de
bandenmaat, ook wel draagvermogen en
snelheidscategorie genoemd. Bijvoorbeeld:
oude bandenmaat 4.00 H 18, nieuwe
bandenmaat: 4.00-18 64H.
Bandentype
"R"
betekend "Radiaal" (Vaak ook nog extra
voluit vermeld). Het betreft de
tegenwoordig veel toegepaste bouwwijze,
waarbij de karkasdraden radiaal geordend
zijn. Deze banden worden voornamelijk
gebruikt voor moderne race motorfietsen
met veel vermogen. De radiaal banden zijn
vooral bij hoge snelheden de beste banden
en zorgen er voor dat de motorfiets ook
nog bij hoge snelheden goed controleerbaar
blijft.
De
diagonaalband is het meest voorkomende
bandtype. Diagonaalbanden zijn de juiste
keuze voor motorfietsen die al langer op
de markt zijn en waar het chassis op de
diagonaalbanden afgestemd
is.
LET
OP: als het voorwiel is voorzien van
een radiaalband, mag het achterwiel niet
zijn voorzien van een
diagonaalband!!
NHS,
spijkerbanden en opgesneden
banden
De
afkorting staat voor "Not for Highway
Service". Banden met deze afkorting zijn
alleen voor competitie bedoelt en morgen
sinds 1993 niet meer op de openbare weg
gebruikt worden.
Spijkerbanden,
onder andere gebruikt voor het racen met
motorfietsen op ijs, zijn in Nederland
niet toegestaan op de openbare
weg.
Tevens
mogen de banden niet worden opgesneden als
ze op de openbare weg gebruikt worden. In
de racerij word dit toegepast om een beter
profiel op de band te zetten.
Kenmerk
voor de draagkracht van de band
(Load Index LI)
Dit
getal is het kenmerk voor de
belastbaarheid van de band. Elke LI waarde
staat voor een bepaalde belasting van de
band bij een bepaalde bandenspanning. De
waarde is af te lezen in een tabel.
Bijvoorbeeld "30" = 106 kg. De gemonteerde
banden moeten in ieder geval minimaal de
in de instructieboekjes vermeldde LI
waarde hebben. Een hogere LI waarde is
uiteraard toegestaan. Als er nog
"Versterkt" of "Re-inforced" vermeld
staat, betekent dit dat de band nog extra
draagvermogen bezit. Het "PR" getal komt
bij motorfietsen als aanduiding in Europa
niet meer voor. Alleen de Japanse norm
geeft nog een PR kenmerk aan. Deze is als
volgt met de Europese norm te
vergelijken:
4
PR = normale uitvoering
6
PR = "Versterkt" of
"Re-inforced"
Van
doorslaggevende betekenis is ook hier
echter de hoogte van het LI getal. Deze
"PR" heeft niets te maken met de
"Ply,Plies" aanduiding die bij
bestelwagens en kleine vrachtwagens
gebruikt word. De beide aanduidingen
hebben een volledig verschillende
betekenis.
Snelheidscategorie
(GSY, ook "Speedindex")
Het
betreft hier de categorie indeling, die de
maximaal toelaatbare snelheid van de
banden aangeeft. Hier volgt de GSY voor
motorfietsen.
Code-Letters
Km/hB 50C 60D 65E 70F 80G 90J 100K 110L
120M 130N 140P 150Q 160R 170S 180T 190U
200H 210V/VB tot 240(V) (VB) boven 240W
tot 270(W) boven 270ZR boven
240
Looprichting
Vooral
bij banden met bijzondere profielvormen
zijn op de zijkant van de band namen als
"Rotation", "Draairichting", "Direction",
in combinatie met een looprichtingspijl
aangebracht. Houdt bij de montage van de
band rekening met de aangegeven loop- of
draairichting.
Tubeless
("Zonder binnenband") en
Tubetype
Er
zijn twee soorten banden, de banden zonder
binnenband "tubeless" en banden met
binnenband "tubetype". Voor auto´s
worden nauwelijks meer tubetype banden
gebruikt en is vaak ook niet
toegestaan.
Als
er op een motorfiets een ZR band
gemonteerd word met binnenband dan mag
hiermee niet harder gereden worden 230 km
per uur.
Productiedatum
Het
tot nu toe gebruikte markeringssysteem: De
laatste 3 cijfers van het z.g.n. DOT
nummer laten de productiedatum zien. De
eerste twee cijfers slaan op de
productieweek, het laatste cijfer op het
productie jaar. Bijvoorbeeld: 409 = 40e
week van 1999. Dat het om de jaren 90
gaat, wordt nog zichtbaar gemaakt door een
klein driehoekje, vlak onder het drie
cijferig getal. Nieuwe markering vanaf
01-01-2000: Nu een 4-cijferig getal 0100 =
1e week van 2000.
Slijtage
index (Treadwear Indicator ,
"TWI")
Rondom
op de zijkant van de band wordt
herhaaldelijk het korte "TWI" (ook andere
afkortingen zijn mogelijk) afgedrukt. Als
u de pijl volgt, zult u zien dat op deze
plaatsen het profiel niet volledig tot op
de basis van de band gaat. Reden: Mocht de
band tot op de wettelijke 1 mm afgesleten
zijn, liggen deze plekken duidelijk
herkenbaar aan de oppervlakte van de band.
De slijtagegrens is bereikt.. Zover zou u
het echter niet moeten laten
komen.
LET
OP: de banden mogen niet tot op het
karkas zijn beschadigd of uitstulpingen
vertonen!!
Afscherming
Wielen
en banden van motorfietsen van voor 17
juni 1999 moeten goed zijn afgeschermd en
mogen niet aanlopen.
Ventiel
Omdat
rubber ventiele altijd aan slijtage
onderhevig zijn geld de regel:"Nieuwe
band, nieuw ventiel!"
Ventieldoppen
Bij
hoge snelheden kan lucht ontsnappen uit
het ventiel omdat de centrifugale krachten
hier de oorzaak van zijn. Een goede
ventieldop dient dan ook altijd op het
ventiel aanwezig te zijn. Aan te bevelen
zijn luchtdichte ventieldoppen uit metaal
met een rubberen pakking. Let u er altijd
op dat de ventieldoppen juist en goed
vastgedraaid zijn.
Luchtdruk
Voor
motorbanden geldt hetzelfde als voor een
luchtbed. Als er te weinig lucht in zit
wordt hij slap. In het geval van de
motorband gaat daarmee het contact met de
weg verloren. De levensduur van de band
loopt terug. Daar komt nog een hoger
brandstofgebruik bovenop. Het kan daarom
niet vaak genoeg worden gezegd: Kijk eens
wat vaker naar uw banden en controleer
elke week even de bandenspanning als de
banden koud zijn (Minder dan 3 km). De
juiste luchtdruk is waar het allemaal om
draait. Deze vind u in het
instructieboekje van uw motorfiets. Houd u
er wel rekening mee dat de waarde van de
fabrikant een minimale waarde is. Met veel
bagage heeft de achterband 0,2 bar meer
druk nodig en bij snelle en lange autobaan
ritten heeft ook de voorband 0,2 bar meer
nodig.
LET
OP: Als er voor het rijden in het
terrein een andere luchtdruk geadviseerd
word dan vergeet u niet de bandendruk weer
op het juiste niveau te brengen zodra de
openbare weg weer word
gebruikt!!
Keurmerk
"E":
Het
EEG-keurmerk wordt als een E of e op de
band geplaatst. Het slaat op een stuk
Europese wetgeving en normering. (EEG- R
30). Belangrijk: Sedert de productiedatum
1.10.98 (40e week 98, vertelt ons het
DOT-Nummer 408) is dit keurmerkje in de
zijkant van de band verplicht. Aan een
motor mogen derhalve geen banden
gemonteerd worden, die, als ze na 1.10.98
geproduceerd zijn, zonder dit
merkje.
Velgmaat
Welke
band bij welke velg past is belangrijk. Te
smalle, maar ook te brede velgen
veranderen het contact met het wegdek en
kunnen eventueel de rijeigenschappen van
de motorfiets negatief
beïnvloeden.
|